Arbeidstoeleiding

Stage

 

Oriënterend fase 5

De oriënterende stage kan reeds beginnen tijdens fase 4 als de leerling voldoende sociale- en arbeidsvaardigheden heeft getoond en oud genoeg is.

Meestal begint hij/zij dan met ongeveer 2 dagen per week. In fase 5 loopt iedere leerling stage gedurende 3 perioden van 3 maanden, met een omvang van 3 dagen per week.

De oriënterende stage is voor de meeste leerlingen een eerste kennismaking met het bedrijfsleven. De nadruk ligt hier op oriënteren wat voor deze fase tweeledig is. Een deel oriënteert zich met het oog op een mogelijk vervolgonderwijs (entreeonderwijs), een ander deel van de fase is vooral gericht op een keuze richting arbeid.

In overleg tussen leerling en stagebegeleider worden passende stages gezocht voor de leerling. Door de verschillende stages krijgt de leerling zicht op soorten van bedrijven en de verschillende werkzaamheden die daarbij horen, waardoor hij/zij kan kiezen in welke richting hij/zij zich verder wil ontwikkelen. Voor het slagen van een stage is nauwe samenwerking tussen leerlingen, ouders en stagebegeleider van belang. Tijdens de stage worden de activiteiten van de stagiair door de stagebegeleider gevolgd en besproken.

 

Toeleidend fase 6

De leerlingen uit deze fase hebben ‘gekozen’ voor een traject richting arbeidsmarkt. Deze leerlingen lopen 4 dagen per week stage. De duur van de stage kan variëren, al naar gelang de mate van succes in deze stage. Is er weinig kans van slagen dan wordt de duur beperkt en in geval van een goede ontwikkeling kan de stage uitgebreid worden teneinde een mogelijke plaatsing in het bedrijf te bewerkstelligen.

Toeleiden naar arbeid is maatwerk en dat geldt vooral voor leerlingen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Voor hen moet ondersteuning gezocht worden om een plek op de arbeidsmarkt dan wel dagbesteding te vinden. Regulier is er overleg met MEE en ATLANT/gemeente om deze leerlingen te bespreken en oplossingen te vinden binnen de kaders van de Participatiewet.